Trouw Interviewt mij

T R O U W   I N T E R V I E W T   M I J   ,   2 7   J U L I   0 6 



In haar vorige leven was ze een negerin

door Emiel Hakkenes



Lichamelijke en psychische klachten kunnen een gevolg zijn van ervaringen in een vorig leven, zegt reïncarnatietherapeut Rob Knoop. Maar er kan ook een dolend ikje aan je kleven.

Rob Knoop schudt zijn hoofd. „Nee”, zegt hij beslist. „Ik ben géén hulpverlener.” Knoop (56) is gediplomeerd reïncarnatietherapeut, houdt praktijk op een zolderkamertje hoog boven een Nijmeegs restaurant, maar, zegt hij, zijn cliënten lossen hun problemen vooral zélf op. Bovendien, denkt Knoop, zullen zijn vakgenoten hem wel ’een beetje een ketter’ vinden. „Of vorige levens bestaan, weet ik niet zo zeker. Dat maakt me ook niet zoveel uit. Het gaat om het herstellen van de ik-energie van de cliënt.”

Die energie is bij sommigen nogal verstoord. Zij kloppen aan bij Knoop, nadat ze vaak al bij een hele reeks andere behandelaars langs zijn geweest.

’Ik loop vast’, luidt steevast hun klacht. Sommigen, blijkt als de therapeut dan doorvraagt, hebben last van nachtmerries, bijvoorbeeld over hun eigen dood. Een ander vindt zichzelf ’opgefokt’ – het komt de sfeer thuis niet ten goede. Een derde heeft ook lichamelijk klachten.

Knoop: „Vrouwen zeggen wel eens: ’Ik heb zúlke darmkrampen, ik lijk wel zwanger’. Dat is dus de incarnatie van een kind uit een vorig leven. Maar nu heeft het zich niet in de baarmoeder genesteld maar in de darm.”

Het kind in de darm hoeft niet per se uit een vorig leven van de vrouw zélf te komen, zegt Knoop. „Het kan heel goed een dolend ikje zijn. Een ziel uit het verleden die geen rust gevonden heeft en als een zeepbel aan iemand kleeft.” Een ’auralogé’, noemt Knoop dat.

Knoop laat zijn cliënten liggend op een matras onder een lichte hypnose in contact komen met de logé. „Als het goed is, breekt er dan een verhaal door waaruit de oorzaak van iemands problemen blijkt. Vervolgens verbreken we alle verbindingen met dat verhaal. Ik laat een cliënt bijvoorbeeld tegen een belager zeggen: ’Ik ben niet bang voor je!’.” Daarna, zegt Knoop, hoort hij van de meeste cliënten: ’Ik voel me zó anders, er is een last van mijn schouders.’

Buitenstaanders, zelfs familieleden van de cliënt, laat Knoop nooit toe bij een sessie. Enkel hun aanwezigheid kan de gang van zaken volgens hem al verstoren. Wél wil Knoop een video-opname van een reïncarnatiesessie laten zien.

In beeld verschijnt Karin (niet haar echte naam), liggend op het matras in Knoops behandelruimte. Karin heeft het gevoel dat ze in een ’achtbaan van emoties’ zit. En soms droomt ze dat haar zoontje sterft, zonder dat zij hem kan redden.

Knoop nodigt Karin op het matras, gaat in kleermakerszit naast haar zitten. „Doe je ogen maar dicht. Voel die emotie maar, voel maar. En vertel maar wat je ziet.”

„Ik zie nu zo’n waterrad”, zegt Karin. „Bij een beek.”

„En wat gebeurt daar?”

„Ik kom met mijn gezicht in het rad.”

„Oei. Och”, zegt Knoop. „Da’s ook afschuwelijk. Ben je geduwd of gevallen? En hoe oud ben je?”

Karin: „Ik ben zes, denk ik. Het was mijn eigen stomme schuld.”

Knoop schudt zijn hoofd. „Dat kan toch helemaal niet, lieve schat. Je was pas zes. Laat die gedachte maar los, kleine meid. Rob kan je garanderen dat het niet jouw schuld was. Ga eens iets vooruit, wat gebeurt er met je?”

Karin mompelt moeilijk verstaanbare zinnen. Ze is een kleuter, zegt ze, en haar moeder heeft de handen vol aan een jonge baby.

Karin moet maar buiten gaan spelen. Ze voelt dat ze naar het waterrad toegezogen wordt, ze valt in het water en verdrinkt.

„Zeg het maar hardop”, zegt Knoop. „Ik ben daar doodgegaan. Voel eens hoe dat voelt?”

Het voelt ’frustrerend’, zegt Karin. Ze heeft geprobeerd om hulp te roepen, maar niemand leek aandacht voor haar te hebben.

„Ja”, zegt Knoop. „En daarom trek jij je terug in jezelf.”

Hoe weet Knoop nu of Karin een échte ervaring vertelt of erop los fantaseert?

„Ik krijg de meest gruwelijke dingen te horen”, zegt de therapeut. „Na tien jaar praktijk blik of bloos ik niet meer bij verhalen over verkrachte of vermoorde kinderen. Ik ga ervan uit dat het ware ik-verhalen zijn, dat mijn cliënten niks te faken hebben. Waarom zouden ze?”

Bovendien, zegt Knoop, zou hij er wel doorheen prikken als iemand ’de kluit belazert’. „Ik werk heel sec, ik pinpoint in de verhalen. Wat zégt iemand nu eigenlijk. Zo kom ik razendsnel, taktaktak, een paar stapjes dieper.”

Met flauwekul moet je bij hem niet aankomen, zegt Knoop.

„Ik sta regelmatig op spirituele beurzen. Op een keer kwam er een vrouw bij me zitten, die zei: ’In mijn vorige leven was ik een dikke negerin’. Ja, nou en, denk ik dan. Wat is je probleem? Ga lekker wieberen, mens.”


 

Adres, telefoon, e-mail    Workshops    Route Info    Tarieven    Links